blog Jan Boerefijn

donderdag 20 december 2018

Ouderenwerkloosheid en werkgevers

Graag vraag ik uw aandacht voor onderstaand artikel waar ik het helemaal mee eens ben. 
Ouderenwerkloosheid vraagt om een ander type werkgever
In Nederland is de arbeidsparticipatie van 55-plussers behoorlijk toegenomen, van 21procent in 2003 tot ruim 33 procent in 2018. Maar de positie van ouderen blijft precair, want eenmaal werkloos betekent langdurig werkloos. De vele overheidsmaatregelen blijken weinig doeltreffend. Ouderenwerkloosheid vraagt om een radicaal andere aanpak: op de werkplek.

Hoe gaat het met 55-plussers op onze arbeidsmarkt? De participatiecijfers zijn in ieder geval hoopgevend: de arbeidsdeelname van 55- tot 60-jarige mannen lag rond 82 procent in 2016 en onder vrouwen rond 64 procent. Deze hoge cijfers zijn eigenlijk ook niet zo verrassend na afschaffing van de vervroegde uittreding (VUT), de versobering van prepensioenregelingen en het beleid om langer door te werken.

Na het bereiken van de 60-jarige leeftijd daalt de arbeidsparticipatie echter in rap tempo. En ook de werkloosheidscijfers zijn reden tot zorg. Oudere mensen zijn weliswaar niet vaker werkloos dan jongeren (tot 25 jaar), maar vormen als leeftijdsgroep wel een ‘goede’ tweede.

Bijna 98.000 van alle verstrekte ww-uitkeringen in oktober van dit jaar (oftewel 36 procent van het totaal aantal lopende ww-uitkeringen) gaat naar 55-plussers (UWV, 2018). Ook de daling van het aantal uitkeringen verloopt stukken minder spectaculair bij ouderen dan bij andere groepen en twee op de drie werkloze 55-plussers zit langer dan een jaar thuis zonder baan.

In Europees verband doen we het ook beroerd: na het verliezen van een baan kom je als oudere in Nederland minder vaak dan gemiddeld weer aan de slag (OECD, 2016). Kortom, we hebben te maken met een structureel probleem waar bijzonder weinig beweging in zit.

Beeldvorming van werkgevers spoort niet met onderzoek

Een belangrijke factor bij het verklaren van ouderenwerkloosheid is de lage bereidheid van werkgevers om ouderen aan te nemen. Dat is grotendeels een kwestie van beeldvorming, zo laat onderzoek zien. De arbeidskosten zouden volgens veel werkgevers niet in verhouding staan tot de productiviteit, en ouderen zouden minder flexibel en inzetbaar zijn dan andere leeftijdsgroepen.

Opvallend genoeg is er geen eenduidig empirisch bewijs te vinden dat deze beeldvorming ondersteunt. Recent onderzoek van Vlasblom en Schippers (2018) laat zelfs zien dat het naar beneden bijstellen van de salariseisen door ouderen niet leidt tot een grotere werkhervattingskans. De lagere bereidheid van werkgevers om mensen aan te nemen naarmate ze ouder zijn heeft dus lang niet altijd te maken met een rationale afweging van kosten en opbrengsten, maar eerder met leeftijdgerelateerde stereotyperingen.

Weinig doeltreffend overheidsbeleid

In de afgelopen dertig jaar is een aanzienlijk aantal overheidsmaatregelen bedacht om de arbeidsmarktpositie van werkloze ouderen te verbeteren. Verhoging van de pensioenleeftijd heeft natuurlijk bijgedragen aan een toename van de arbeidsdeelname. Maar van verschillende interventies - denk bijvoorbeeld aan de no-riskpolis bij de ww - is het op z’n minst twijfelachtig of het gevoerde overheidsbeleid een echt structurele bijdrage heeft geleverd. En van veel andere regelingen is sowieso weinig tot niets bekend als het gaat om de effectiviteit van ouderenbeleid (Algemene Rekenkamer, 2016).

Het feit dat ondanks alle gepleegde inspanningen de langdurige werkloosheid onder ouderen weinig tot geen positieve verandering laat zien zegt natuurlijk genoeg. Sterker nog, wie de ontwikkeling van het aandeel ouderen in de langdurige werkloosheid analyseert ziet zelfs een verslechtering optreden in de tijd (SEOR, 2016). De arbeidsmarkt voor werkloze ouderen zit op slot.

Het kan ook anders

Kan het ook anders? Ja! Door het bedrijfsbeleid radicaal om te gooien. Door inclusiever te gaan werken en maatschappelijke impact te realiseren. Dat klink misschien wat ‘soft’, maar het is toch echt de enige manier om verschil te maken.

Zo is het in een breder verband eigenlijk te gek voor woorden dat slechts 5 procent van alle bedrijven in Nederland het merendeel van het totaal aantal mensen met loonkostensubsidie in dienst heeft (Cedris, 2018).

Nederland heeft daarom behoefte aan een nieuw type manager die zich durft te onderscheiden op maatschappelijke impact in plaats van strikt economisch rendement. Dat het inpassen van mensen met een afstand tot werk, zoals langdurig werkloze ouderen, prima samen gaat met een succesvolle bedrijfsvoering is al meerdere keren aangetoond.

De bedrijfstrots van het zittende personeel neemt vaak toe bij bedrijven die inclusiever werken, met een hogere productie als gevolg (Cottrill et al., 2014). Maar wat als managers niet willen en blijven vasthouden aan hun verouderde focus op ondernemen? Dan moeten we op zoek naar nieuw op te starten organisaties.

Brownies bakken zodat mensen kunnen werken

Greyston Bakery is een praktijkvoorbeeld van zo’n moderne business case. Greyston is een Amerikaanse bakkerij die werkt volgens het principe dat er voor iedereen op de arbeidsmarkt plaats is. Hun motto luidt: ‘We don’t hire people to bake brownies, but we bake brownies to hire people’. Zonder enige vorm van sollicitatieprocedure worden mensen aangenomen, simpelweg door hun naam te noteren op een intekenlijst.

Dit betekent overigens niet dat er na aanname geen eisen meer aan mensen worden gesteld; het niet op tijd verschijnen of niet goed functioneren kan nog altijd leiden tot ontslag. Maar dit type ‘open deurenbeleid’ impliceert wél dat mensen met een afstand tot werk, van jongeren met een arbeidshandicap tot en met daklozen én langdurig werkloze ouderen, weer perspectief krijgen en zich kunnen ontwikkelen.

In 2020 hoopt Greyston ook in Nederland een fabriek te openen en samen met Start Foundation een centrum voor ‘Open Hiring’ te starten zodat ook andere bedrijven hiermee aan de slag kunnen.

Maatschappelijke detachering van ouderen

Een andere oplossing is het opzetten van een nieuw ‘werkgeversbedrijf’ dat ouderen in dienst neemt en ze vervolgens plaatst bij afzonderlijke bedrijven. Deze zogenaamde maatschappelijke detachering kan de koudwatervrees wegnemen bij werkgevers om mensen op leeftijd duurzaam werk te verschaffen.

Wilthagen en Verhoeven (2016) hebben daar eerder al een aanzet toe gegeven in hun publicaties over de zogeheten ‘parallelle arbeidsmarkt’. Het moet mogelijk zijn om een dergelijk vehikel op te tuigen met een verdienmodel dat ten goede komt aan mensen die er het meeste baat bij hebben (zie ook Verhoeven, 2018).

Waar het arbeidsmarktbeleid onvoldoende succesvol is geweest om langdurig werkloze ouderen te activeren, is het nu echt aan werkgevend Nederland om de handschoen op te pakken en inclusiever te gaan organiseren. Gezien de recente tussenevaluatie van de bijzonder moeizaam werkende Participatiewet (Berenschot, 2018) is dit zeker in ons land geen overbodige luxe.

Fabian Dekker is onderzoekscoördinator en Jos Verhoeven directeur bij Start Foundation.


Jan Boerefijn

Reageer


Reacties

Blog