Meteen naar de inhoud
Home » Blog » Wet Aanpak Schijnconstructies aangenomen

Wet Aanpak Schijnconstructies aangenomen

    Onderstaand artikel stond 3/6/2015 op de site van P&O actueel en de Flexmarkt.

    De Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) is unaniem aangenomen door de Eerste Kamer.

    In maart stemde de Tweede Kamer al unaniem in met het wetsvoorstel WAS van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

    Deels uitstel Wml-onderdelen

    De meeste onderdelen van de wet gaan in per 1 juli 2015. Enkele onderdelen worden uitgesteld tot 1 januari 2016, zoals het verbod op inhoudingen op en verrekeningen met het wettelijk minimumloon, de verplichte girale betaling van tenminste het minimumloon en de specificatie van de onkostenvergoedingen op de loonstrook. Deze laatste maatregelen worden genomen zodat er beter gecontroleerd kan worden of het minimumloon daadwerkelijk wordt uitbetaald.

    Cao-loon

    Vanaf 1 juli 2015 moeten werkgevers en opdrachtgevers het cao-loon betalen. De Inspectie SZW gaat bekendmaken welke bedrijven zijn gecontroleerd en werkgevers- en werknemersorganisaties en de Inspectie zullen informatie uitwisselen als zij vermoeden dat er geen cao-loon wordt uitbetaald.

    De wet is bedoeld om uitbuiting van buitenlandse medewerkers, die vooral uit Midden- en Oost-Europa komen, aan te pakken. Deze mensen spreken de Nederlandse taal vaak niet goed en zijn niet op de hoogte van regels in Nederland. Daardoor zijn ze afhankelijk van wat opdrachtgevers hen vertellen.

    Asscher wil niet alleen in Nederland, maar in heel Europa schijnconstructies aanpakken. Wanneer Nederland Europees voorzitter is in 2016 is het dan ook een van de prioriteiten van het kabinet om in te zetten op ‘decent work’. 

    Aldus het artikel.

    Als het nu ook nog verplicht wordt om de premieheffingen en daarmee ook verzekeringen en uitkeringen voor deze werknemers op hetzelfde niveau te brengen als de Nederlandse werknemers kan er weer ‘gewoon’ geconcureerd worden. Dit is wel een eerste goede stap, maar een Oosteuropeaan blijft op deze manier toch nog steeds een stuk goedkoper dan een Nederlandse werknemer. De misstanden worden wellicht enigszins aangepakt, maar de concurrentiepositie voor de Nederlandse werknemer is er nog niet veel beter op geworden.