Meteen naar de inhoud
Home » Blog » De gevolgen van de Wet Werk en Zekerheid

De gevolgen van de Wet Werk en Zekerheid

    De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) wordt, als het aan minister Asscher (SZW, PvdA) ligt, in de huidige vorm op 1 juli 2014 ingevoerd. Dat valt te lezen in zijn reactie op de vragen van de Eerste Kamer. De WWZ wordt met enkele kleine wijzigingen opnieuw voorgelegd aan de Tweede Kamer.

    Eerder uitte de Eerste Kamer haar zorgen over de wet, ook de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) was kritisch en pleitte voor uitstel. De Eerste Kamer en VAAN stelden dat de positie van flexwerkers door de wet verder kan verslechteren. De regering deelt deze zorgen niet en verwijst naar een rapport waaruit het tegendeel zou blijken. ‘Uit een  studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt dat hervormingen in het ontslagrecht en het flexrecht volgens de meeste onderzoeken geen significant negatief effect hebben op de werkgelegenheid en de werkloosheid.’ Ook uit de doorrekening van het CPB blijkt dat de wet niet leidt tot werkgelegenheidsverlies.

    Kritiek vindt geen weerklank

    De senaat was onder meer kritisch over de verkorte ketenbepaling van twee jaar, die zijn doel voorbij zou streven. De regering bestrijdt dit. ‘Door de mogelijkheden voor het aanbieden van tijdelijke contracten te beperken – waarbij overigens wat betreft de termijn van twee jaar wordt aangesloten bij wat internationaal de standaard is – is mede hierom de verwachting gerechtvaardigd dat er eerder vaste contracten zullen ontstaan’ De zorgen om de kwetsbaarheid van oudere, laagopgeleide werknemers deelt het kabinet. Maar daarbij wijst zij op maatregelen die worden genomen om deze groep te ondersteunen. De geplande verkorting van de WW gaat voor werknemers pas in vanaf 1 januari 2016 en wordt geleidelijk ingevoerd. Bovendien krijgen ouderen (50+) een hogere transitievergoeding bij ontslag.

    Reparatiewet

    Asscher stuurt een reparatiewet naar de Tweede Kamer met een aantal kleine aanpassingen. Hierin wordt verduidelijkt dat een werknemer die door eigen schuld niet meer volledig kan werken, nog wel doorbetaald krijgt voor de uren die hij wel kan werken. Verder biedt de verbeterde wet de mogelijkheid om in een cao vast te leggen dat tijdelijke contracten met educatief karakter, zoals stages, langer mogen doorlopen dan twee jaar. Voor de zomer zal de Eerste Kamer haar definitieve oordeel over de wet vellen.

    De Wet Werk en Zekerheid gaat er per 1 juli 2014 voor zorgen dat in een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zes maanden of minder geen proeftijdbeding meer mag worden opgenomen.

    Het kabinet is van mening dat een kortdurend contract voor bepaalde tijd voor flexwerkers al dusdanig veel onzekerheid met zich meebrengt dat het onwenselijk is dat in die gevallen de onzekerheid nog verder wordt vergroot door een proeftijdbeding. De werknemer heeft immers tijdens de proeftijd geen ontslagbescherming; het dienstverband kan gedurende de proeftijd per direct worden beëindigd.

    Een proeftijd in een tijdelijk contract van ten hoogste een half jaar is straks nietig, dat betekent dat het nooit werking heeft gehad en ook nooit zal dat betekent dat het nooit werking heeft gehad en ook nooit zal krijgen.

    Bron: PenOactueel.